De heilige Kerk probeert deze Joodse hebbelijkheid ook door de verering van St. Jozef van haar kinderen zoveel mogelijk af te weren. De HEILAND leert dat noch macht, noch geld, nog geleerd weten alleen Godgevallig maakt.

CHRISTUS moest uit het koninklijk geslacht van David stam­men; zo hebben de profeten het voorspeld. Maar dat Hij uit een verarmde tak van deze stam moest komen en wel niet alleen Zijn lijfelijke moeder, maar ook Zijn Pleegvader, dat kunnen ze vermoed hebben, uitgesproken hebben ze het niet. Dat is en blijft een vingerwijzing van GOD voor de mensen van alle christelijke tijden: ‘Ziedaar, Jozef, de timmerman uit het koninklijk geslacht van David, een van de Grootste in het rijk van de ZOON van GOD hier op aarde en aan gene zijde!’

Als de kinderjaren en jeugd van de H. Maagd Maria het mooiste en het beste laten zien, dan is dit bij de H. Jozef ook nauwelijks anders te verwachten. Dat zijn niet alleen maar vermoedens. Het is zeker dat de H. Jozef uit Bethlehem en uit de familie van David stamde. Daarmee was hij ook gelukkige erfgenaam van alle zegeningen van dit huis. Het kostbaarste erfgoed van lichamelijke en geestelijke ... meer

Het heilig verhaal

Het vertelt ons zo weinig over Jozef – en toch zoveel, als wij ons hart openen, zodat wij enigermate in staat zijn te be­seffen.

Op de eerste plaats laat het Evangelie volgens Mattheus 1,16 zijn afstamming van het koninklijk geslacht van David zien: ‘Jacob won Jozef, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt.’ Juist daar begroet hem de Engel: ‘Jozef, zoon van David, vrees niet …’ (Matth. 1,20) St. Jozef is dus, zoals Maria, uit hoogadellijk bloed voort­ge­ko­men. Maar nog zo’n edel bloed alleen schept geen rechts­titel in het rijk van GOD. Zelfs bij het eigen volk was het edele bloed niet in staat hem, net zo weinig als Maria, voor uiter­lijke armoede en onbeduidendheid te beschermen. Alleen de grootste en mooiste zielenadel kon de eenvoudige arbeider met koninklijk bloed tot de hoogste roeping be­kwaam maken. Niet de afkomst, ook de voornaamste niet, maar innerlijke schoonheid en grootheid verlenen betekenis in de ogen van  GOD.

Deze zeer belangrijke onderrichting gaf GOD ons al door de H. Jozef, voordat de mens geworden ZOON van GOD de “Zoon van de timmerman” werd genoemd. Omdat het uit­ver­koren volk in zijn verwarring meer op uiterlijke glans dan op geestelijke grootheid keek, onderschatte het niet al­leen de Heilige Familie, maar ook JEZUS, de Pleegzoon van de tim­merman van Nazareth. Het heeft Hem niet aanvaard, ja zelfs afgewezen en aan het kruis geslagen.

Hoe erg kleeft toch de Joodse overschatting van macht en geld, ondanks de leer en het voorbeeld van de HEILAND, aan zoveel christenen van onze dagen!