Dat alles heeft de H. Jozef op voorbeeldige wijze vervuld. Hij was geen opschepper, maar een man van stille daden, van de voorbeeldige dienst en de volledige overgave aan de wil van GOD.

We hebben het voorbeeld van de H. Jozef nodig, vooral voor onze vaders. We hebben zijn voorspraak nodig voor de hu­we­lij­ken en families, voor de geestelijke roepingen en voor de Kerk in z’n geheel.

De Schepper van de wereld heeft ons, mensen, de wet van het werken gegeven. Met Zijn genade en het voorbeeld en de hulp van de H. Jozef kunnen wij het dagelijks werk en alles, wat GOD ons heeft toebedacht, de baas worden. Laten we toch ook steeds dankbaar zijn voor de geslaagde dag. Wat niet tot onze tevredenheid ging, geeft ons de mogelijkheid waar­devolle verdiensten te verzamelen, die men ook weer iemand kan laten toekomen. Zo sluit zich de cirkel van de dag vruchtbaar.

Woorden van de H. Theresia van Avila: ‘Ik koos tot patroon en tot voorspreker bij GOD de H. Jozef. Ik  beval me vaak bij hem aan en ervoer dat ik in alles, waar mijn eer en mijn eeuwig heil in gevaar waren, rijkere hulp van hem heb ge­kre­gen dan ik had verwacht. Ik kan me niet herinneren, dat ik hem tot vandaag ooit iets heb gevraagd dat hij me niet heeft verleend. Ik ken ook niemand, die geen innerlijke voor­uit­gang heeft gemaakt ... meer

De grote man

De Kerk vereert deze Heilige in ‘t bijzonder als Schuts­pat­roon. Wie zou het anders kunnen zijn dan de H. Jozef, die zijn leven helemaal in de dienst van het plan van GOD heeft ge­steld. Hij had zeker zijn voorstelling van het leven, dat hij samen met zijn bruid Maria wilde leiden zodra hij haar als zijn bruid tot zich had genomen. Maar deze levens­plannen waren onderhevig aan de goddelijke genadelei­ding en voorziening. Jozef en Maria waren elkaar in liefde toegedaan, maar hun ge­meenschappelijke liefde zou alleen GOD toebehoren. Zo waren ze in alles open voor het plan van de goddelijke liefde. Deze bereidwilligheid van de H. Jozef en zijn maagdelijke bruid was met verrassende keer­pun­ten in hun leven ver­bon­den. Toen Jozef van Nazareth merkte, dat Maria een Kind verwachtte, dat niet van hem was, begreep hij nog niet het werken van GOD. De Engel open­baar­de hem in een droom, dat Maria haar Kind Jezus van de HEILIGE GEEST had ontvangen en dat deze JEZUS de Ver­los­ser van de mensen zal zijn.

Met het oog op zo’n boodschap kan Jozef zich afgevraagd heb­ben of hij nu overbodig is. Het tegendeel was het geval: GOD zelf vertrouwde hem Zijn ZOON toe. Voor Hem moest hij een vaderlijke beschermer zijn. Het Kind Jezus, dat maar één enkele VADER had; die in de Hemel, zou toch op aarde tegen hem “Vader” zeggen en hem in kinderlijke liefde toegedaan zijn en gehoorzamen. Wat voor een fantastische orde!

Jozef moest de Maagd Maria tot zich nemen als zijn bruid, om haar juist op deze wijze te beschermen. Jozef moest voor haar een liefdevolle gemaal zijn, die met haar in ware een­heid van het hart was verbonden en hij moest voor het Kind Jezus een zorgzame vader zijn.