Het ontstaan

Stichting op 19 september 2010, Feest van de H. Jozef – Voedster- en Pleegvader van JEZUS CHRISTUS

Mijn ouders waren voor mij steeds een voorbeeld bij de verering van de H. Jozef. Als boer in de bergen moest mijn vader vaak een lange en moeilijke weg lopen om bij zijn vee te komen. Meestal lag er in maart nog veel sneeuw, het was ook koud en alles was bevroren. Omdat hij de H. Jozef als naamheilige had wilde hij deze Heilige ter gelegenheid van zijn feestdag in ’t bijzonder vereren en vreugde bereiden. Mijn vader ging heel vroeg naar zijn dieren, om daarna nuch­ter 1½ uur de moeilijke weg te lopen – eerst de berg naar beneden het dal in en daarna aan de andere kant van het dal weer naar boven, om ’s morgens om 7.00 uur in de Kerk te zijn. Op deze feestdag, die zoveel voor hem bete­kende, ging hij naar de Sacramenten. Hij moest dan na ruim een uur weer dezelfde weg naar huis. Ik dacht, wat moet dat voor een geweldige Heilige zijn, als mijn vader er zoveel aan gelegen is en zulke zware inspanningen op zich neemt. Dat heeft als kind al zo’n indruk op me gemaakt en is diep in mijn hart gebleven.

Op 15, 16 -jarige  leeftijd wilde ik beslist in een gesloten kloos­ter. Het vurig verlangen was zo groot en ik zag geen mogelijkheid, toen heb ik vaak in het verborgene gehuild. – Mijn moeder is op 41-jarige leeftijd (1951), 14 dagen na de geboorte van het negende kind, gestorven. Ik was 13 jaar oud, twee broers en een zus waren ouder. Mijn zus en ik leerden heel vroeg en heel veel van onze moeder in de huishouding en ook verantwoording op ons te nemen. Naast de school wachtten vele plichten op ons. Vader was voor ons een voorbeeld en hij was een allrounder. Deze jaren waren ontzettend zwaar voor hem.

In deze situatie en hoe het leven gewoonweg de plichten en wegen wijst, heb ik later, toen de jongere broers en zusters volwassen werden, een beroep geleerd (gezins- en zie­ken­ver­zorging) en ben ik getrouwd. GOD schonk ons vier zonen. Maar ook iets heel anders lag voor mijn familie in het ver­schiet: GOD riep mijn echtgenoot tot het Pries­ter­schap. Naast mijn opgave als moeder ondersteunde ik nu ook hem in zijn nieuw ambt.

Op 15 augustus 1985 ontving ik de Consecratie van de hand voor het geven van de zegen van de H. Jozef. Het kwam voor mij geheel onverwachts. Ikzelf kon het niet begrijpen, niet vatten. Dacht vaak: ‘H. Jozef, waarom moet Je door mij zegenen? Je doet dat toch alleen veel beter.’ Natuurlijk zegent de H. Jozef zelf, ik leg gewoon mijn hand in de zij­ne. Ik voel me steeds zo verschrikkelijk onwaardig.

Toen mijn echtgenoot Priester was geworden heb ik hem af en toe gezegd, dat er in mij steeds weer de gedachte is ooit een orde te stichten. Hij gaf mij ten antwoord: ‘Ik weet’. Maar toen heb ik zulke gedachten weer als ge­fan­ta­seer afgedaan. De gedachten herhaalden zich en ik ver­drong ze weer – jarenlang. In de jaren 2008 tot 2010 vond ik geen rust meer. Heb vaker met mijn echtgenoot daarover ge­spro­ken en me afgevraagd of ik nog wel normaal ben. ‘O GOD!’, zei ik, ‘Hoe moet dat gebeuren? Als het Jouw Wil is, dan moet Je me dat wel duidelijk genoeg zeggen – te ver­staan geven.’ Ikzelf zag geen weg en was bang dat ik me dat alles maar inbeeldde.

In de zomermaanden 2010 achtervolgden me de gedachten dagelijks en de gedachte bedrukte me mensen te misleiden of de verantwoording, naast zovele dingen, niet aan te kun­nen. Vroeg vaak aan de H. Jozef, dat hij mij dui­de­lijk­heid moge geven. Zo was er op zekere dag heel duidelijk het in­zicht of oproep, een gemeenschap van leken van de H. Jozef te stichten. Onmiddellijk ging ik zitten en schreef de richt­lijnen neer – zin en doel – het stroomde ge­woon, en ik trof terstond voorbereidingen.

Op 19 september 2010 – Hoogfeest Voedster- en Pleegvader van JEZUS CHRISTUS – bekrachtigde ik de stichting.

Door folders en mondelinge bekendmaking kwam deze op­dracht onder de mensen. Voor een stichting zijn er minstens drie personen nodig. Mijn gedachten: ‘Als ik maar tenminste vier of vijf personen zou hebben, zou ik al tevreden zijn.’ Met 67 aanmeldingen was dat voor mij duide­lijk het werken van de H. Jozef.

Tot op de dag van vandaag groeit de gemeenschap constant – maar niet zonder velerlei tegenstand, wat er wel bij hoort en voor mij een goed teken is.