Wat doet Jozef? Zodra hij heeft begrepen wat GOD van hem verlangt, heeft hij gehoorzaamd. Hij is een dienaar van GOD. Hij weet niets anders te zijn. Tel alle redenen, die hij naar vo­ren had kunnen brengen, opdat GOD zo’n besluit verandert of hem op zijn minst een termijn geeft. Jozef denkt er niet eens aan. Hij vertrouwt helemaal op de wijsheid van GOD. Wat GOD tegen hem zegt dat doet hij. De ware dienaar van GOD vervult alle wensen van zijn HEER met een toegewijd hart.

Het juk van de HEER is zacht en Zijn last licht. Om het offer van Jozef te verlichten zegt de Engel tegen hem: ‘Neem het Kind en Zijn Moeder …’ Hen uit het gevaar te redden was  zijn enige zorg en gaf hem kracht ook de moeilijkste aan­ge­le­gen­heden tegemoet te treden. Het land, waar men veilig is, en als men JEZUS en Maria ... meer

De Hemel op kruis

De Heilige Familie was het huis van GOD, Zijn grootste en mooiste bezit, Zijn Hemel op aarde. Daarover hield de H. Jozef, in goddelijke opdracht, niet alleen zijn beschermende hand, daarin handelde hij ook heel doordacht en met ver­stand, daarover beschikte zijn liefdevol hart. GOD be­leefde veel genoegen aan de H. Jozef; aan zijn heerlijke deugden, zijn onwankelbare trouw; daarom liet de goddelijke Voor­zie­nig­heid hem deelhebben aan het geheimzinnig werk van de Verlossing. Zijn kuise zin, zijn rein hart heeft GOD naar de reine lelie van Nazareth gevoerd. GOD heeft Maria de reine liefde en een uitzonderlijk vertrouwen tot de H. Jozef in het hart gelegd. De twee uitverkozen zielen sloten het ver­bond in offervaardige overgave aan GOD.


Bevel om te vluchten
Op een nacht gaf een Engel Jozef het bevel om te vluchten:

‘Sta op, neem het Kind en Zijn Moeder en vlucht naar Egypte en blijf daar, totdat ik je het zeg; want Herodes wil het Kind laten opsporen om Het te doden.’ Wat? De Almachtige beveelt Zijn ZOON om te vluchten? Hij zou al Zijn tegenstanders met één enkel woord kunnen verlammen en Hij geeft Zijn ZOON het bevel om te vluchten? … Ja, precies zo is het.

De Hemelse VADER geeft ons een les: Hem niet naar de be­weeg­reden en naar de wegen te vragen waarop Hij ons leidt.